Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, ik moet weg," antwoordde zij gejaagd. „Ik heb zelf nooit gevoeld of geweten hoe goed ik het op de wereld had. Het kalme, gelukkige, ongestoord voortgaande leven wordt, zonder veel er over te denken, opgenomen als de gemakkelijke ademhaling, die niet wordt opgemerkt. Nu overkomt mij voor de eerste maal in mijn leven een groote ramp, en ik ben daar niet tegen opgewassen, ik sta er radeloos tegenover, alsof die ramp een verpletterenden invloed op mij uitoefent.

Onwillekeurig was zij dichterbij gekomen en hij las de droefheid die haar verteerde, in haar oogen. „Het is ontzettend,' zei zij weer, „altijd en altijd weder aan hetzelfde te moeten denken en toch heb ik de kracht niet, de gedachte van mij af te schudden, ja, ik vind het onverdragelijk van een ieder die er mij aan poogt te ontrukken. En hier blijft dat zoo — daarom moet ik weg. Oom heeft werk voor mij, ernstig werk, waar ik troost en afleiding in vinden zal — hij is bezig aan een nieuwen catalogus."

„En van de menschen daar, houdt gij ook meer, dan van ons,

die hier zijn —"

„Meer dan van grootpapa en tante Sofie ? Wel zeker niet. antwoordde zij driftig het hoofd schuddend. „Ik stem veel te veel met hen overeen in karakter en gestel, dan dat een ander daar tussehen beiden komen kan."

„Maar die beiden zijn hier uw eenige bloedverwanten niet,

Grete."

Zij zeide niets.

„Och die arme doodgezwegenen ! Daar hebben die Berlijners geen last mee," riep hij met een glimlach vol bitterheid om de lippen. „De adellijke heeren uit Pommeren en Mekklenburg of waar ook vandaan kunnen gerust het ridderzwaard in de schede laten —" ; hij hield opeens stil en voelde dat hij een kleur kreeg, toen zij hem vol verontwaardiging aanzag. ,,Vergeef mij, liet hij haastig volgen. „Ik had dat niet moet zeggen — vooral nu niet !

Ja, in dit ongeluksuur is het wreed, mij aan een lachend gezicht te herinneren," antwoordde zij op bijna toornigen toon. „Ik voel voor de eerste maal van mijn leven, hoe vervelend men moet zijn voor die welgedane, forsche, door en door kalme menschen, als men diep bedroefd is.... Men gevoelt zijn geboren jammergestalte en daar verrijzen zij naast, bloeiend en tevreden. Het is of het op hun gelaat staat te lezen : „wat gaat mij dat aan f .... Die jonge dame van den Prinsenhof stond straks ook naast mij bij de kist, trotsch, forsch en koel, koel tot in de diepste diepte van haar hart. Haar geparfumeerde handschoenen waren mij onuit-

Sluiten