Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgereden. De lucht scheen nog vol sneeuw te zitten, een ijzige kou sneed hun in 't gezicht en de harde wind woei haar de beschermende voile weg. Met de eene hand den teugel houdend, greep hij het fladderende gaas met de andere, deed zijn pels uit en spreidde die als een warm dek over de van kou rillende Grete.

„Laat mij begaan," zei hij kalm en trok, niettegenstaande haar verzet, de pels nog dichter om haar toe. „Dochters en nichten kunnen zich van vaders en ooms dit laten welgevallen, zonder hare meisjeswaardigheid te schaden."

Zij zag zijdelings even uit naar den Prinsenhof, van waar men de slede duidelijk kon zien. Misschien zag men daar ook, hoe oom voor zijn nicht zorgde.

„Nu, wat zou dat dan ? Zou dat zoo erg zijn ?" vroeg hij lachende. „De dames zullen wel begrijpen, dat die half verstopte passagier daar naast mij, niemand anders kan zijn als mijn kleine nicht...."

Zeker, de schoone Heloise was zoo zeker van haar zaak, dat niets haar aan het twijfelen zou kunnen brengen.

Tegen den avond was hij weer naar de residentie teruggekeerd, om de zitting bij te wonen. Het was gisteren dus zoo druk en zoo vol afwisseling geweest, dat Grete nog geen tijd had gehad om zich weer thuis te gevoelen.

Het was Zondag. Tante Sofie was naar de kerk. Behalve Barbe waren de andere dienstboden daar ook heengegaan. Er heerschte eene echte Zondagstilte door het geheele huis en niets verstoorde dus het meisje in hare overdenking over de laatste dagen.

Zij stond aan het raam en zag met weemoedigen blik naar buiten over de besneeuwde markt. Het was haar, of het daarbuiten niet alleen winter, strenge winter was. Van binnen was het ook zoo koud, zoo ijzig, of er overal ijskegels hingen. Ja, vroeger was er ook wel meer dan eens een tijd geweest, waarop een geest van sombere stilte het huis beheerschte, als de zwaarmoedigheid van den heer des huizes op alles zoo loodzwaar drukte. Maar men wist dan waar het van daan kwam, en bovendien werd daar in huis de invloed maar weinig van ondervonden omdat de handelsraad in zulke tijden aan de eenzaamheid van zijn kamer de voorkeur gaf boven het gezellig verkeer. Het geheele huis, dat zooveel liefs en gezelligs had, werd er niet door bedorven, hij was nooit schriel geweest en hij had altijd door vrijgevigheid voor zijn omgeving het leven zoo aangenaam mogelijk gemaakt; wat was dat alles nu veranderd !

Op dit oogenblik zat hij ook weer in zijn kantoor achter de geliefkoosde rekeningen van uitgaaf en ontvangst, de jeugdige

Sluiten