Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ind, onzen afgod, ons alles ! nep zij, buiten zich zelf van ergernis.

De schilder greep haar bij de hand. „Bedaard, mijn lieve !" zei hij met een goedigen lach. .,Hard zijn wij geen van beiden ooit geweest, wel Hansje? Tegen geen schepsel ter wereld, laat staan

aan^ret^" J°"gen ''' Hebt gi-> hem hooren zingen ?" vroeg hij K0"/,a' ,^ij °ns, ™°r df de,ur en dat speet mij, want het is bitter zal ziele worden'" V°°r ^ m°nd bevriezen zou" HiJ

schudde het hoofd De kleine jongen heeft zich altijd gehard. Deze kamer is te bekrompen voor zijn stem en dikwijls eer wij het weten staat hij voor een open zolderraam en oefent zijn stem tegen storm en onweer in, zonder dat het hem hindert."

De oude man was onder het spreken opgestaan en terwijl hii den arm om zijn vrouw sloeg, zette hij haar zacht weêr neder op de canapé. „Zoo — dat staan doet u zeer, lieve, en gij moet mij ook n,et zoo ongerust maken met die opgewondenheid die u zoo veel kwaad doet. Ja, juffrouw Lamprecht, zoo n oud vrouwenhart bergt een schat van liefde," sprak hij tot Grete, toen hij weêr ging zitten. „Men denkt, dat die met de kinderen is uitgeput maar daar komen de kleinkinderen en de oude grootmoeder is weer de leeuwin van vroeger.

Grete dacht niet zonder ergernis aan de oude dame op de bovenverdieping, die in kinderen en kindskinderen niets anders zag dan een soort van trappen, waardoor zij zelve hooger klimmen kon. s

„Kijk, daar achter de kachel staan de pantoffels en in den oven W> i J? °ier,warm gehouden tegen dat hij thuis komt." vervolgde hij. Ln ik moet zeggen, hij komt altijd vroolijk weêrom want hij verbeeldt zich, dat hij nu een heele post op zich heeft genomen, met voor zijn grootouders te zorgen."

Lenz lachte maar veegde te gelijk een traan weg.

„Ja, daar kwamen een paar heel moeielijke dagen voor ons toen de jongeheer mij ontsloeg als schilder bij de fabriek," begon 'J weer. „Wij hadden de rekeningen van kleermaker en schoenmaker voor Max betaald en kolen opgedaan, terwijl een som geld, waar wij vast op rekenden, opeens weg bleef; zoo stonden wij op een avond voor een ledige beurs en wij wisten niet, waar wij den volgenden dag ons eten vandaan zouden halen... Ik was va." P[an ,?en Paar zilveren lepels te gaan verkoopen, maar dat wijfje hier, en met een teerdere blik zag hij zijn vrouw in de oogen, „was mij voor. Zij haalde brei- en borduurwerk, dat zij

Sluiten