Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den beleefden groet niet optemerken en zonder dien te beantwoorden de steenen zaal weer integaan... Zij kon die overal als schoon geroemde Heloise niet uitstaan — waarom, dat wist zij eigenlijk zelf niet. Zoo van dichtbij gezien was de nicht van den hertog werkelijk mooi. De fijne satijnen huid van het jeugdige gelaat, de prachtige mengeling van rood en wit en de groote, heldere blauwe oogen — dat alles had iets verblindends, en grootpapa had wel gelijk met de bewering, dat zijn kleindochtertje het in de verste verte bij de freule niet halen kon. Zelfs de kalme, haast onverschillige rust, die over het gelaat verspreid lag, had iets even waardigs als voornaams. „Wat, is Grete jaloersch ?" zoo had zij in een oogenblik van onverklaarden onwil zich zelf gevraagd. Neen, jaloersch was zij niet! Zij had immers altijd graag een mooi meisjesgezicht gezien. Jaloersch was zij bepaald niet! Maar het was de opbruising van het burgerlijk bloed tegen den trotschen adel — ja, dat was het! En toen grootmama boven aan de trap de bezoeksters met een vloed van woorden welkom heette, toen had zij de handen voor de ooren gehouden en was haastig de trap afgeloopen.

Beneden stond de prachtige slede, rijk met bontwerk getooid voor de deur en toen de beide dames weer inklommen, had de schoone Heloise met den witten sluier en de goudblonde lokken er uitgezien als een fee uit een tooversprookje. Och heden, wat had zij weinige dagen geleden een treurig, hoekig figuur in de slede gemaakt en dat nog mei naast dien fieren, patricischen Herbert.

Zij had den geheelen dag een onaangename gewaarwording, die in haar opgekomen was, niet kunnen wegkrijgen, en daar kwam bij, dat het overal donker was. Zonder ophouden strooiden dikke wolken de sneeuwvlokken over de straten, slechts een enkele maal schoot een flauwe lichtstraal door de dichte massa, die alle uitzicht op markt en straat belette.... Eerst toen des avonds het licht in de woonkamer werd aangestoken, werd het beter en kalmer in Grete's gemoed. Tante Sofie was niettegenstaande de sneeuw uitgegaan om eenige boodschappen te doen en Reinhold, die nooit binnenkwam als om te eten, werkte op zijn kantoor.

Grete maakte de tafel in orde voor den avondmaaltijd. De blokken hout brandden vroolijk in den haard en wierpen heldere stralen over den vloer. Voor de ramen, waar van buiten de sneeuw tegen aan sloeg, om aanstonds reddeloos te sterven, stonden zoetgeurend de pleegkinderen van tante Sofie. viooltjes en meibloempjes.... Juist omdat de dag zoo onuitstaanbaar was geweest, zou de avond te gezelliger worden. Barbe bracht de

Sluiten