Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schotels binnen en Grete stak het spirituslampje aan onder de thee, en toen Reinhold liet vragen of men hem de thee in het kantoor kon brengen, wijl hij het te druk had om binnen te komen, toen was Grete alles naar den zin.

Er reden nogal rijtuigen voorbij, één scheen er stil te houden voor de deur. Was de landraad thuis gekomen ? — Nu, dat zou men morgen wel hooren, vroeger niet! — Margaretha maakte op haar gemak een bord voor Reinhold klaar, zij zag niet op, toen zij de deur open hoorde doen. — Barbe moest immers nog binnenkomen ; maar de koude lucht, die zij opeens gevoelde, kwam toch niet uit de keuken, onwillekeurig keek zij op en — daar stond oom Herbert. Zij schrikte zoo, dat zij de vork uit de hand liet vallen.

Met een glimlach kwam hij naderbij. Hij had zijn pels nog aan, sneeuwvlokken lagen op zijne bonte muts, hij was dus dadelijk van buiten hierheen gegaan.

„Maar Grete, schrikt ge zoo van mij ?" vroeg hij. „Zeker waart gij onder de huishoudelijke bezigheid, in gedachten in het zonnige Griekenland en Hans Ruprecht met de bonte pels trok u op eens in de ruwe, Thüringer werkelijkheid terug. Nu, goeden avond !" liet hij er met Thüringer trouwhartigheid op volgen en stak haar de hand toe — en toen zij hem aanzag, was het of zijn oogen straalden van vreugde.

„Neen, ik was niet in Griekenland," antwoordde zij met eenige trilling in haar stem. „Al sneeuwt en vriest het, ik ben tegen kerstmis toch liever hier. Maar het is zoo iets vreemds, u in onze woonkamer te zien ; gij weet wel, dat dit een deur was, die gij altijd voorbijliept. Vroeger hinderde u zeker het leven, dat de kinderen maakten, en later' — de droeve trek, die sinds den dood van haar vader op haar gelaat geteekend stond, week voor een schalkschen lach — ,.en later het echt burgerlijke dat de huishouding beneden altijd kenmerkte."

Hij haalde een pakje uit zijn zak en lei dat op de tafel. „Dit is het, waarom ik hier binnenkwam, dit alleen," zei hij, ook lachende, „Waarom zal ik een pond thee, dat ik voor tante Sofie uit de residentie mee heb gebracht, de trap opdragen ?" Hij nam zijn muts van het hoofd en schudde de laatste sneeuw er af. „Overigens hebt gij het glad mis; het ziet er hier altijd gezellig en volstrekt niet burgerlijk uit."

„Mag ik u een kop thee geven, zij is juist klaar —"

„Wel graag, dat zal mij goed doen na de koude reis. Maar dan moet gij mij toestaan, dat ik mijn pels uittrek." Hij trok het

Sluiten