Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zware kleedingstuk uit en onwillekeurig hief Grete de hand op, om hem te helpen, zooals zij bij oom Theobald gewoon was: maar hij deed een stap achteruit en trok zijn voorhoofd in rimpels. „Dank u," zei hij op bijna ruwen toon. „Oom Theobald mag die dochterlijke hulp noodig hebben — ik nog niet."

Met zekere drift wierp hij de nu uitgetrokken pels op een stoel.

„Zoo, nu ben ik geheel hulpbehoevend en snak naar een kop warme thee," zei hij en ging op de canapé zitten. Het voorhoofd was weer helder en glad en welbehagelijk streek hij met de hand langs zijn baard. „Maar honger heb ik ook, lief huismoedertje, en zulk een boterham, als ik u zoo even zag klaar maken, komt mij veel smakelijker voor dan die ik boven krijg en mama altijd door de keukenmeid laat bezorgen.... Als ik zelf eens een huishouden heb zal ik daar hartelijk voor bedanken — mijn vrouw zal zelf dat werk moeten doen, als zij niet wil dat ik hongerig van tafel opsta."

Grete gaf hem een kop thee, zonder hem aan te zien of een woord te zeggen. Onwillekeurig dacht zij er over, of de schoone Heloise er toe zou kunnen komen, zoo alle etiquette op zij te zetten en met haar fraaie, witte handen zelf de boterham voor haar man klaar te maken. En Herbert zelf ? Had hij wezenlijk zulk een voorliefde voor burgelijke gebruiken, hij de zoon van de deftige mama, de man van vormen bij uitnemendheid?

„Gij zijt stil, Grete," begon hij weer, „maar ik zag toch een spotachtig lachje op uw gezicht, dat duidelijker sprak dan woorden doen. Gij spot met de huiselijkheid, zooals ik mij die voorstel en meent, dat dat zoo gemakkelijk niet zal gaan. Ja, ziet gij, ik lees in uwe oogen als in een boek — gij behoeft daar zoo'n kleur niet van te krijgen, ik weet meer van uw gedachten dan gij denkt."

Met onvriendelijken blik antwoordde zij; „stuurt gij uwe gendarmen soms ook uit, om gedachten op te vangen, oom ?"

„Ja mijn lieve nicht, dat doe ik met uw verlof en dat zult gij u dienen te laten welgevallen," was zijn antwoord. „Ik stel belang in alle gedachten, die van tegenkanting uitgaan, meer nog in die, die een hoofd slechts noode in zich opneemt en waartegen het zich verzet als het jonge paard tegen den ruiter, maar die toch blijven, wijl er een krachtige drijfveer achter staat."

Hij bracht het kopje aan den mond en zat met aandacht te kijken, hoe de fijne vingers van Grete hem een smakelijke boterham klaar maakten.

„Een blik hier in de kamer geeft op het oogenblik al iets

Sluiten