Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blik op den landraad, die beleefd even boog. Mevrouw Marschal scheen eenige duimen langer te worden onder dien blik en keek verrukt naar den kant, waar de schoone Heloise zat.

De jonge dame zat achterover geleund in een armstoel, trotsch en onverschillig als een vorstin. Na een paar vriendelijke woorden tot Grete te hebben gezegd, had zij verder aan het gesprek nog geen deel genomen. Toch lag er thans op haar koel gelaat een levendige trek, die hare schoonheid zeer verhoogde. Vlak achter haar hing op een afstand een damesportret in olieverf, een kniestuk. Die dame was gekleed in zwart fluweel, onder den kleinen hoed met lange witte veder kwam het blonde haar heerlijk voor den dag, de linkerhand rustte op den kop van een prachtigen windhond.

Er was een treffende gelijkenis tusschen dat schoone portret en Heloise. Mevrouw Marschal kon niet nalaten daar de aandacht op te vestigen.

"Ja, de gelijkenis is groot, maar ook gemakkelijk te verklaren het is een portret van mijn zuster Adèle," zei de barones von Taubeneck. ,,Zij was met graaf Sorma getrouwd en stierf twee jaren geleden tot mijn onuitsprekelijke smart. En verbeeld u, mijn zwager, een zestiger, speelt ons een leelijke part en gaat trouwen met de dochter van zijn rentmeester! Ik ben heelemaal van streek, als ik er aan denk."

,,Ja, dat kan ik begrijpen, zei mevrouw Marschal, innig verontwaardigd. „Het is hard, dat men zulke dingen van zijn familie moet verdragen en het doet zeer pijnlijk aan. Maar ik vind het trouwen met tooneeldames, zooals tegenwoordig van mannen van hoogen adel wordt gezien, toch nog veel erger. Als ik mij voorstel, dat zoo'n theaterprinses, eene balletdanseres, bijvoorbeeld, die zich met haar schaamteloos korte rokjes aan alle heeren heeft laten zien, op eens als gebiedster optreedt in een of ander grafelijk huis, dan voel ik, dat ik tot in mijn binnenste toe beef van ergernis."

De landraad hoestte en de dame des huizes greep naar een flacon, waar zij ijverig aan begon te ruiken,

Op dat oogenblik kwam er een bediende binnen, die der freule von Taubei eek op een zilveren blad een brief aanbood. Haastig nam zij den brief er af, ging naar een zijkamer en riep, na een korte wijle, den landraad bij zich.

Grete zat vlak tegenover den hoekschoorsteen van het salon. De groote, een weinig voorover hangende spiegel kaatste een deel van het salon met de fraaie meubelen terug, maar ving ook

Sluiten