Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„opgenomenen" slaan den geëerden naam hunner voorouders in het aangezicht, en worden eenvoudig verdragen."

Hij was ook ernstig geworden. „Zonderling meisje! Wat zit de verbittering diep in uw ziel over maatschappelijke toestanden, waar andere jonge meisjes nauwelijks over denken," zei hij en schudde het hoofd. „En wat klonk het oordeel hard uit uwen mond ! Nog niet lang geleden wist gij al die bitterheid onder lachenden spot te verbergen —"

„Sinds papa's dood heb ik het lachen en spotten verleerd," antwoordde zij, terwijl haar lippen zenuwachtig trilden en een traan aan haar oog ontglipte. „Ik heb het immers gezien, hoe de valsche schijn zijn oordeel had verblind en zijn leven heeft verduisterd, al ken ik de eigenlijke oorzaak van zijn somberheid niet. Maar genoeg hiervan ! Dit alleen verzoek ik u ernstig, oom, nu gij bepaald weet, hoe ik er over denk, help mij nu, tracht grootmama te bewegen, dat zij afziet van haar plan — zij wint het toch nooit."

„Als gij den man liefhadt, dan zouden uwe strenge beginselen voor die liefde moeten onderdoen — en hij bleef overwinnaar."

„Neen, duizendmaal neen !"

„Grete !" Hij trad plotseling op haar toe en vatte hare hand. „Ik zeg: „als gij den man liefhadt!" Kunt gij het u werkelijk niet voorstellen, dat men, om een ander gelukkig te maken, zijn afkeer overwint, en met verbetering van lang gekoesterde meeningen, zich aan dat geluk wijden wil ?"

Zij drukte de lippen vast op elkander en schudde driftig het hoofd.

„Wilt gij zeggen, dat gij geen begrip van zulk een liefde hebt?" Hij drukte de hand die zij poogde los te maken, vaster in de zijne.

Met neergeslagen oog en bleek gelaat mompelde zij : „moet dat dan ? Is dat begrip noodig voor elk menschenkind en kon men zijn levensweg niet gaan, zonder te bukken voor die demonische macht?" Op eens zweeg zij, zag naar hem op en rukte haar hand met geweld los. „Ik wil met haar niets hebben uit te staan," riep zij en haar oogen straalden van een wilden gloed. „Zielevrede verlang ik en niet den doodelijken strijd —" een oogenblik hield zij op, als betrapte zij zich zelf op een onvoorzichtigheid. „Ik zou niet bezwijken," liet zij er beschaamd op volgen. „Mijn beste bondgenoot is mijn hoofd — ik hoop en geloof, dat het helder en krachtig genoeg zal zijn."

„Meent gij ? Nu beproef het dan en lijd, totdat —" hij zweeg

Sluiten