Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ouden boedel was hij nog alijd niet klaar. Daar waren hier en daar achterdeuren genoeg, waardoor het binnensluipen steeds weer mogelijk werd gemaakt. Niet alleen in het huis zelf moest elk hoekje worden nagezien, neen, ook de plaats eischte een onophoudelijke werkzaamheid, vooral om den tweeden ingang door de poort onder het pakhuis. Daar kwamen en gingen de werkvrouwen door, gemakkelijk kon daar eten uit de keuken of haver uit den stal worden meegenomen ; dus werd het uitzicht over de plaats geheel vrijgemaakt en vensters, die jaar en dag gesloten waren gebleven, open gezet. Barbe had gisteren van al die openingen vrij wat last gehad, toen zij met een emmer water van de bron naar de keuken ging. De jonge heer was onmiddellijk in de keuken gekomen en had de oude meid allerlei scheldwoorden toegevoegd, terwijl hij verklaarde, dat dat ellendige gebabbel bij de bron voor goed uit moest wezen.

Grete was van middag uit Dambach weer naar huis terug gekeerd, tevreden over den goeden uitslag van hare zorgvuldige oppassing, want grootpapa was veel beter. De dokter, wien de landraad er in vertrouwen naar gevraagd had, had evenwel gezegd, dat het kwaad niet geheel kon genezen in het zoo licht gebouwde paviljoen, waar het soms aan alle kanten doorwaaien kon, zoodat de oude heer verstandiger zou doen, met althans des winters in de stad te wonen. Grootpapa had daarin toegestemd en was daar te eer toe te vinden, omdat hij zijne kamers niet in het bovenhuis behoefde te hebben. Een paar kamers in de bel étage, vlak tegenover de huiskamer van de Lamprechts, zouden voor hem worden ingeruimd.

Het kwam er nu maar op aan, die kamers zoo gezellig en prettig mogelijk te maken, en juist daarom kwam Grete in de stad. Tante Softe was blij, dat zij er weer was, maar Barbe schrikte er van, zoo zwak en zoo bleek als haar lieveling er uitzag. Er bestond bij tante Softe nog een andere reden van blijdschap en wel, dat de oude heer Marschal hier zijn intrek zou nemen. Er kwam nu toch een man in huis met een eigen wil en een stem, die als zij zich uitzette om het een en ander te bevelen, aan een ieder den noodigen eerbied inboezemde. En dat was wel noodig tegenover de kleine, koortsachtige oude dame van boven, die, toen de handelsraad overleden was, haar afkeer van dat „ruwe, onbeschaamde mensch, die Softe, die zich met alles in huis bemoeide," vrij duidelijk aan den dag lei en op het doen en laten van de „oude juffer" toezag, als moest die hare bevelen afwachten. Al dadelijk hoorde Grete van het ongeluk in het pakhuis. Tante Softe en

Sluiten