Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij aan den arm droeg. Aardbeiengelei, frambozengelei," zoo las hij op de etiquetten van de bussen, „wel zeker! Allemaal heerlijke dingen uit onzen kelder. Moet de jonge heer Max dat opeten, Grete?"

„Neen," antwoordde Grete bedaard. ,.Gij zult wel weten, dat juffrouw Lenz erg ziek is en een beroerte heeft gehad ?"

„Neen, daar weet ik niets van. Men vertelt mij die dingen niet omdat ik nooit praatjes maak met mijn bedienden. Ik doe net als papa, wien het niets aanging, of de lui in het pakhuis leefden of stierven."

„En dat is juist de goede manier," zei grootmama deftig. „De chef van een fabriek moet een strenge terughouding in acht nemen — hoe zou hij het anders met zijn honderden arbeiders kunnen vinden ? Maar vertel mij toch eens, Grete, hoe gij er toe komt, op klaarlichten dag dien komediemantel om te doen?" En met ernstige afkeuring zag zij Grete aan.

„Ik wilde niet in zoo'n somber zwart bij het bed van de zieke komen."

„Wat is dat nu? Om die vrouw zoudt gij den rouw over uwen goeden vader verzaken ?" rieg de oude dame vol verontwaardiging.

„Hij zou mij dat wel vergeven....

„Papa?" viel Reinhold haar met een scherpen lach in derede. „Zeg toch geen dingen die gij zelf niet gelooft, Grete ! Toen gij in ons aller bijzijn plan maaktet, de rol van barmhartige zuster in het pakhuis te gaan vertoonen, toen heeft papa u dat streng verboden. „Dat heen en weer loopen," zei hij, „is nooit bij ons in de mode geweest en ik verlang daar geen verandering in". En ik beloof u dat ik wel zorgen zal dat het zoo blijft... Is het bovendien, op zijn zachtst genomen, niet heel vreemd van u menschen te gaan opzoeken, die om hunne bekende luiheid uit onzen dienst ontslagen zijn ?'

„De man is half blind..."

„Zoo, weet gij dat ook al ? Nu ja, daar wil hij zich mee verontschuldigen, maar het is zoo erg niet. Hij is gelukkig nog niet lang genoeg in onzen dienst dat wij, aangenomen dat hij werkelijk blind werd, verplicht zouden zijn voor hem en zijn huisgezin te zorgen. Vraag het maar eens aan den boekhouder, die zal u wel zeggen dat ik gelijk heb. Doe uw mooien comediemantel maar weer af. Gij zult zelf wel gaan begrijpen, dat gij u belachelijk aanstelt met dat Samaritanenwerk."

„Neen, Reinhold, dat zie ik niet in," antwoordde zij zacht maar op vasten toon, evenmin als ik geloof, dat ik onbarmhartig en

Sluiten