Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hard zou moeten zijn, omdat gij het zijt. Ik spreek u niet graag tegen, want ik weet, dat gij dat niet velen kunt; maar al wil ik u zooveel ik kan alle ergenis besparen, ik wil toch daarom mijn plicht niet verzuimen."

Gekheid, Grete ! Gij hebt niets met die menschen uittestaan."

„In elk geval heeft zij aanspraak op de hulp van hare medemenschen, evenals iedere zieke, en daarom verzoek ik u, Reinhold, dat gij mij niet verhindert te doen wat ik reken mijn plicht te zijn."

„En als ik het u toch verbood?"

„Verbieden !" riep zij verontwaardigd uit. „Daar hebt gij niet het minste recht toe !"

Hij stoof op haar los en zijn gezicht betrok met een akelige kleur.

Grootmama vatte zijn hand om hem tot bedaren te brengen. „Hoe durft gij zoo ruw tegen hem optekomen, Grete !" bromde zij. „Zeer zeker heeft hij recht! Over weinige dagen is hij hier heer en meester, want zooveel zult gij wel weten, dat met de firma ook het huis der Lamprechts overgaat op den eenigen mannelijken erfgenaam..."

„De dochter krijgt dan eenvoudig het haar toekomend deel en zij heeft hier niets, niets meer te zeggen, al is zij ook honderdmaal hier in huis geboren," viel Reinhold grootmama in de rede, zoo driftig en haastig, als had hij al lang verlangd dit eens te kunnen zeggen.

„Dat weet ik, Reinhold," zei Grete met toonlooze stem en een diep treurigen trek op het gelaat. „Ik weet wel, dat ik met papa ook het oude, lieve huis heb verloren. Maar gij hebt op dit oogenblik het recht nog niet mij de deur te wijzen, als ik iets tegen uw zin wensch te doen."

„En daarom zult gij nog een of veertien dezelfde stijfkop blijven als altijd en het mag gaan zoo het wil, de lui uit het pakhuis opzoeken, hé, Grete ?" vroeg hij met een oog vol kwaadaardigheid, en inwendig bevende stak hij met een onverschillige houding de handen in den zak.... „Nu, ga uw gang," voegde hij er de schouders ophalend bij, „als ge dan volstrekt naar mij niet luisteren wilt, dan zal oom Herbert het u wel leeren."

„Laat dien erbuiten Reinhold !" riep grootmama haastig. „Hij zal er zich niet graag mee bemoeien. Hij heeft immers ook bepaald geweigerd Grete's voogd te worden — nu, hoe kijkt ge mij op eens zoo vreemd aan, Grete ! Mijn hemel, wat een paar oogen! Verwondert u

Sluiten