Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Och, laat mij toch spreken, antwoordde de vrouw opgewonden. „Mij ligt een steen op het hart, die er af moet".... Diep en zwaar haalde zij den adem op. „Kunt gij dat nu niet begrijpen, dat een ongelukkige moeder toch éénmaal de treurige weelde wil genieten, van vrij uit over haar gestorven lieveling te spreken ? Wees maar niet ongerust, gij goede, trouwe Ernst," liet zij er kalm op volgen. „Het bezoek van den landraad gisteren heeft mij immers dadelijk veel gezonder gemaakt. Ik kon hem nog niet zien, ik kon zelfs ook niet spreken, maar ik hoorde alles, wat hij daar in de kamer zei. De edele man heeft vertrouwen in ons en dat was mij een zegen."

Zij wees op een klein ovaal schilderijtje op porselein geschilderd, dat tegenover haar bed hing, „kent gij die?" vroeg zij en zag daarbij Grete aan, met een uitdrukking van gespannen nieuwsgierigheid.

„De schoone Blanka," zei Grete diep geroerd. „Ik heb haar nooit vergeten! Op dien avond, toen uw man mij naar boven droeg, toen hing dat haar, dat nu in een vlecht op de borst ligt, als een sluier om haar heen."

Grete ging er naar toe. Ja, dat gelaat met die frissche lippen, heldere oogen en dat rijke, gouden haar, weelderig langs het voorhoofd vallend, ja, dat verrukkelijk schoon gelaat kende zij wel!

„Op dien avond," herhaalde de zieke zuchtende. „Ja, op dien avond, toen zij met haar stormachtig bewogen hart de duisternis zocht. O, o, die niets vermoedende ouders," fluisterde zij. „Wee die verblinde moeder, die haar lam niet beter behoedde!

„Hansje!"

De oude vrouw hoorde niet naar het woord, lette niet op het gebaar van haar smeekenden man.

„Gij, lieve jongen," zoo wendde zij zich tot den kleinen Max, die aan het voeteneinde van het bed zat, „ga naar de keuken en pas op Philine, die naar binnen wil, en dat heeft de dokter verboden."

Gehoorzaam stond het kind op en ging heen.

„Is het niet een lieve, mooie jongen?" vroeg de oude vrouw, terwijl er een traan in haar oogen kwam. „Zou ieder vader niet trotsch moeten zijn op zulk een geschenk van God? O, en hij! — Zou hij wel in den hemel kunnen komen, die zijn kind op aarde niets dan schande achterlaat?"

„Ik bid u, beste vrouw, spreek toch niet meer, vooral nu niet," vroeg de oude man op dringenden toon en inwendig bevende.

Sluiten