Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stoof de oude keukenmeid met een kreet van ontzetting weer terug in het salon. Eerst kon zij niet spreken, met de hand naar de deur wijzende viel zij op een stoel neder en hield het schort voor de oogen. Er was echter buiten de deur niets bijzonders te zien, zooals een van de behangers verzekerde, die even in den gang was gegaan, om te zien waar Barbe zoo van geschrikt was.

<Ik geloof het graag! Iedereen kan het ook niet zien? Ach, dat is mijn dood,» had Barbe gekermd, terwijl zij een poging deed om weer optestaan, maar haar beenen schokten en trilden zoo, dat zij een heelen tijd had moeten blijven zitten. Langzamerhand had zij het schort weggenomen en schuw om zich heen gekeken, terwijl hare gezonde, donker bruine kleur eene aschgrauwe tint vertoonde. Geen woord had zij verder gezegd —dat werkvolk was immers vreemd en men behoefde niet aan de groote klok te hangen wat er in het huis Lamprecht gebeurde.

Gelukkig waren de behangers spoedig met hun werk klaar gekomen, en had Barbe niet alleen door de lange steenen zaal behoeven te gaan. Tusschen de beide behangers en zonder ook maar even om zich heen te zien was zij, de zaal door en de trap af, naar de keuken geslopen — ja geslopen had de knecht gezegd; als een spook was zij binnengekomen en terstond op het aanrecht neergezonken. Maar hier had zij weer moed gekregen, om te vertellen, wat zij had gezien. Nu was zij ook aan haar verschenen, de vrouw met de karbonkelsteenen. Laat er nu maar eens een komen die zei, dat het niet waar was, wat zij met eigen oogen had gezien, laat er maar eens een komen!

De huisknecht en de oude Jetje hadden met open mond geluisterd, de koetsier was er ook bij gekomen, en juist op het oogenblik dat Frederik had gevraagd : „had zij ook zoo'n grasgroene japon aan met een langen sleep, zooals ik haar heb gezien?" was er een klerk uit het kantoor gekomen, om een glas suikerwater te halen voor den jongen mijnheer.

„Groen — wel neen !" had Barbe, onder heftig hoofdschudden, uitgeroepen, „wit, wit als sneeuw kwam zij uit den gang. Zoo moet zij er uit hebben gezien, toen zij in de kist lag !" En toen had zij eene beschrijving gegeven, dat ook den klerk de haren te berge waren gerezen.

Door hem werd de geschiedenis ruchtbaar in het kantoor. Reinhold was boos geweest, dat de klerk zoo lang wegbleef en daarop had deze het geheele voorval verteld.

Terstond ging de jonge heer naar de keuken, gehuld in een met bont gevoerde chambrecloak en een warme muts op het hoofd.

Sluiten