Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elk vooroordeel wist te verheffen, om alleen de natuurlijke neiging van zijn hart te volgen. Dit voorval in eigen kring moest u de oogen doen opengaan en u zeggen, waar al die vooroordeelen, dat verloochen van de natuur en van het gezonde menschenhart toe leiden moet; tot allerlei ontzenuwende zelfkwelling, tot leugen en bedrog, ja, tot misdaad. Een deel van Boudewijns schuld komt ten laste van onze hedendaagsche maatschappij en het verwijt van een treurige komedie te hebben gespeeld treft zeker hem niet alleen."

Mevrouw Marschal was, onder die woorden van Herbert, al verder en verder achteruit gegaan. Het was of zij de kloof, door het verschil van meening tusschen moeder en zoon verwekt, in al haar breedte wilde doen uitkomen. Met dicht opeengeklemde lippen ging zij naar de deur — daar keerde zij zich nog even om.

„Op al die dingen, die gij daar zegt, heb ik natuurlijk niets te antwoorden, riep zij met toornig gebaar en bevende stem. „Ik meen, dat ik tot nu toe met mijne beginselen goed door de wereld ben gekomen, zij zijn mijn trots en mijn steun, ik sta of val er mee!.... Maar, Herbert, pas op! Dat mooi weer spelen met het moderne liberalisme voegt al heel slecht bij den hoogen rang, dien gij bekleedt... Maar wat praat ik! Ik ben veel te voorzichtig, om u goeden raad te geven. In den Prinsenhof en in de hofkringen zult gij wel laten zoo te spreken als nu."

„Met de dames van den Prinsenhof spreek ik nooit over die dingen en de hertog weet zeer goed hoe ik hierover denk. Ik heb dat ook tegenover hem nooit achter stoelen en banken gestoken," antwoordde de landraad op kalmen toon.

De oude dame antwoordde niets, maar ging met een ongeloovig lachje heen en trok de deur achter zich toe.

Grete, die zich dadelijk van den haar steunenden arm had losgemaakt, was onder dat gesprek van moeder en zoon bij het venster gaan staan.

„Om onzentwil hebt gij onaangenaamheid met uwe moeder," klaagde zij.

Trek u dat niet te veel aan," antwoordde hij, terwijl hij met kracht zijn opgewondenheid tot bedaren trachtte te brengen, wees gerust, die breuk wordt wel weer geheeld. Mama zal er wel anders over gaan denken, en zich herinneren, dat ik, trots ons groot verschil van meening, altijd een goede zoon ben geweest."

Hij keek de stukken na en stak die bij zich.

„Nu ga ik dadelijk naar het pakhuis," begon hij weer. „Elk uitstel zou een zonde zijn tegenover die oude lieden.... Alle goede menschen zouden mij dezen gang benijden. Eén vraag echter nog:

Sluiten