Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grete was alleen in de voor grootpapa bestemde vertrekken en lei daar de laatste hand aan de gemakkelijke en behagelijke inrichting. Tegen den avond had zij plan naar Dambach te rijden, om den volgenden dag met den patiënt naar de stad te gaan.

Zij had Herbert vandaag al gesproken. Al vroeg was deze in het pakhuis geweest en had de groeten meegebracht van den kleinen broeder en de grootouders, met de geruststellende tijding erbij, dat de aandoeningen van den vorigen dag de zieke geen kwaad hadden gedaan, terwijl de dokter hem verzekerd had, dat er op een volkomen Herstel mocht gerekend worden. Hij kwam nog even, om eens in de kamers rond te zien. Grete plaatste juist een fraaie, oude schaaktafel, van de Lamprechts afkomstig, in een hoek, onder een pijpenrek Herbert bleef even op den drempel staan en liet zijne oogen dwalen door het gezellige vertrek.

„Wat ziet er dat prettig uit!" riep hij de kamer binnengaande, „onze patiënt zal zijn kamer in het paviljoen niet missen. Ik ben blij, dat wij hem eindelijk hier zullen krijgen. Vindt gij het goed, Grete, dat wij hem samen oppassen en het hem zoo gemakkelijk maken, als het maar kan ? Hij moet een gezellig en prettig leven hebben."

Zij had zich omgekeerd, om de breede plooien eener portière te schikken. „Ik vind het heel pleizierig grootpapa zoo dicht bij te hebben," antwoordde zij, zonder om te zien. „Maar de kleine broêr heeft nu ook aanspraak op mij, en of grootpapa zich er gauw aan zal kunnen gewennen, het kind dikwijls bij zich te zien, dat is nog de vraag. Daarom zal ik mijn tijd vooreerst wel tusschen die beiden dienen te verdeelen."

„Juist," zei hij, „daar valt dus aan de zaak nog wat te regelen. Het is natuurlijk, dat de jeugd zich door de jeugd aangetrokkei gevoelt, en wij twee oude mannen — mijn papa en ik wij kunnen niet vergen, dat gij u opoffert voor ons. Maar niet waar, daar schiet nog altijd wel een gezellig avonduurtje over."

Met een lichten glimlach zag zij hem aan en hij nam den hoed, dien hij op de tafel had gezet, in de hand. De los hangende overjas liet zien, dat hij gekleed was voor een deftig bezoek.

Hij zag, dat zij dat rtiet eenige verwondering op scheen te merken. „Ja, ik heb ïiog een heele boel drukte," zei hij, „Eerst moet ik aan papa gaan vertellen, welke verandering in uwe familie heeft plaats gehad en dan," hij aarzelde een oogenblik en liet er toen haastig op volgen, „gij zijt de eerste, die het hoort,

Sluiten