Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ZU hijgde naar adem, terwijl hare brandende oogen langs de niet bedekte ramen dwaalden. Eens moest zij de gelukkigen toch zien. Dwaas kind, dat daar stond in storm en sneeuw, om den doodsteek te ontvangen !

Op eens werd de voordeur van het kasteel opengedaan en er kwam een man uit, die het bordes afging, terwijl de deur onmiddellijk achter hem gesloten werd.

Een oogenblik stond Grete als verlamd van schrik. Het begroeide hek belette haar over het grasveld de vlucht te nemen en voor haar lag het kiezelpad bijna overal in helder licht. Maar haar bleef geen keus, gezien was zij en alleen haar vlugge voeten konden haar een zeer onaangename vernedering besparen. Zij vloog het pad langs, naar den uitgang van den tuin, het vrije veld in.

Met den wind achter zich, door dien wind voortgestuwd stoof zij vooruit, maar noch de wind, noch hare vlugheid kon haar helpen, de voetstappen, die haar volgden, kwamen al dichter en dichter bij. De weg was glad en glibberig geworden — zij gleed uit en zonk op de knieën, toen een krachtige mannenarm haar omvatte en oprichtte.

„Ik heb u!" riep Herbert en sloeg ook den anderen arm om het sidderende meisje. „Zie nu maar, hoe gij weer los komt! Met mijn wil nooit! De vogel die in mijn net gevlogen is behoort mij van rechtswege! Zijt gij het waarlijk Grete? O, „Zij kwam in storm en regen" reciteerde hij en een jubeltoon klonk in zijn stem.

Vruchteloos poogde zij zich los te maken, maar hij omknelde haar te vaster. „O God, ik wilde —"

„Ik weet wel, wat gij wildet", viel hij de bijna schreiende Grete in de rede. „gij wildet de eerste zijn, om oom geluk te wenschen! Daatom zijt gij door storm en regen langs veld en akker geloopen en hebt in de haast vergeten, een warmen doek over het hoofd te slaan, en niettegenstaande dat, hebt gij u deerlijk vergist en zult gij uw gelukwensch niet kwijt kunnen worden, of wij moesten samen omkeeren, om bij prins Albert van X en zijn schoone bruid onze opwachting te maken. Maar gij zult het wel met mij eens zijn, dat gij er op het oogenblik niet naar uitziet, om in een salon te verschijnen."

Zij had zich losgerukt. „Uw geluk maakt u al te overmoedig!' nep zij op smartvollen toon. „Dat is een wreede spotternij!"

„Kom, Grete", sprak hij zacht vermanend en nam hare linkerhand weer in de zijne. „Ik spot niet. Freule Taubeneck is, na lang hopen en wachten, met toestemmen van den hertog, verloofd met prins Albert van X, en nu mag het eerst geweten worden,

Sluiten