Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ONTWIKKELING VAN HET BEWUSTZIJN.

aarde, het water, de lucht. Teekent zich in de geleidelijke opklimming van de gebouwde organismen niet een streven naar steeds grooter volmaking? Hier werken dan ook niet louter blinde natuurkrachten. Het levend organisme is van zijn oorsprong af behept geweest met een zucht tot behoud.

Waar is deze karakteristieke eigenschap vandaan gekomen? Hoe is de stof op eenmaal bedeeld geworden met deze neiging om zich te handhaven in bepaalde vormen, opgebouwd uit koolstofverbindingen, die een voortdurende stofwisseling vereischen om te blijven bestaan? Waaraan is de doelmatigheid van hun bouw toe te schrijven, waardoor zij op zuiver mechanische wijze behouden blijven ? De geleiachtige amoeben verplaatsen zich door het uitstulpen van wortelvormige aanhangselen. Dit uitstulpen heeft plaats onder den invloed van de warmte, zoodat de dieren zich verwijderen van de warmtebron, die hun nadeelig zou kunnen worden. Het is alsof zij er voor op de vlucht gaan, maar inderdaad worden zij voortgedreven tegen wil en dank. Is het niet als werd er over hen gewaakt, opdat zij niet verloren zouden gaan ? Waarlijk, hier raken wij aan het groote

Sluiten