Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN SPIRITISTISCHE LEVENSBESCHOUWING.

bij de wilde rasgenooten embryonisch blijven. AJ treffen wij dan ook bij de dieren de herinnering en bewustzijn aan, zij missen blijkbaar het vermogen om de subjectief opgedane ervaringen objectief te beschouwen en te brengen in causaal verband.

Dit vermogen heeft zich eerst ontwikkeld in den fijnstbewerktuigden levensvorm van de organiseerende levenskracht: den mensch. Hij ziet niet slechts, maar merkt op; hij vat niet slechts aan, maar betast. Ziedaar de verscherping van het zinnelijk waarnemen, de geestelijke verdieping van de stoffelijke vermogens. Het verstandelijk oordeel is zich komen voegen bij het bewustzijn. Niet langer tevreden met den uiterlijken verschijningsvorm der dingen, is hij er een verband tusschen gaan zoeken. Daar rijpen de vruchten des velds. Het dier eet ze en is bevredigd, Maar de mensch wil meer: hij wil weten hoe ze daar gekomen zijn. Hij let op en ontdekt het verband tusschen den zaadkorrel, die in het najaar te slapen zich legt in de schuttende aarde en de plant die in 't voorjaar haar frisch groene bladen laat wuiven in den wind. Dan brengt hij het proces opzettelijk tot stand: met eigen hand zaait

Sluiten