Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ONTWIKKELING VAN HET BEWUSTZIJN.

suprematie bezit, dan wel op zijn beurt weer de uitvoerder is van hoogeren wil, blijve voorshands buiten beschouwing. Ten aanzien van de onderlinge verhouding van astraal- en stoflichaam is het onverschillig of eerstgenoemd zelf erkennend is, dan wel of er mee erkend wordt.

Astraal- en stoflichaam zijn innig met elkander verbonden. Elke stoffelijke cel heeft haar astraal evenbeeld. De trillingen, waarin de stofdeeltjes door uitwendige prikkels kunnen geraken, deelen zich aan hun astrale metgezellen mede en worden omgezet in waarnemingen. Omgekeerd doen inwendige prikkels de astrale gevoels- en bewegingscentra trillen en worden de daarmee innig saamgeweven zenuwcellen in trilling gebracht, om bevelen zoodoende om te zetten in handelingen. Zoo heeft een aanhoudende wisselwerking plaats tusschen het astrale- en het stoflichaam.

Doch hoe innig het contact tusschen astraalen stoflichaam ook zij, er heeft slechts doordringing, geen éénwording plaats. De ruimten, die de stofatomen scheiden, bieden plaats genoeg voor de zooveel ijlere deeltjes waaruit de astrale stof bestaat. Die deeltjes

7

Sluiten