Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ONTWIKKELING VAN HET BEWUSTZIJN.

wegvluchtten, dat wij er, ontwakend, nog hartkloppingen van schijnen te hebben? En in ons oor kunnen nog nagalmen de stemmen, die wij — droomend — meenen te hebben gehoord. Onze droomen kunnen zich met zoo grooten schijn van werkelijkheid aan ons voordoen, dat hun subjectiviteit eerst blijkt bij gezet vnadenken.

Hoe is het mogelijk dat deze droombeelden zulke bedrieglijke nabootsingen van objectieve zinswaarnemingen te zien en te hooren geven ? Er is maar ééne oplossing voor dit raadsel. De bron van deze verwarde subjectieve droomen is te zoeken in ons gedachtenleven, dat in onzen slaap niet beter of slechter gedisciplineerd is, dan als wij wakker zijn. Zoo nu onze dolende gedachten in den slaap aanschouwelijke vormen aannemen, dan leidt dit ons noodwendig tot de gevolgtrekking, dat onze gedachten veel wezenlijker dingen moeten zijn, dan wij geneigd zijn te gelooven. Zij moeten zich tot aanschouwelijkheid en waarneembaarheid astraal kunnen objectiveeren, ofschoon wij ze niet herkennen als onze eigen scheppingen. Wat wij slapend denken wordt in den droom een astrale werkelijkheid.

Zulk een proces is ons niet vreemd, al

Sluiten