Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIL EN BEGEERTE.

lijk verstaat, kweekt in zijn ondergeschikten onverschilligheid, minachting en wrok.

Doch ook het kind roept in zijn ouders, de ondergeschikte in zijn overheid, gevoelens van toeneiging of afkeer wakker, evenredig aan de door hen gewekte aandoeningen. De hulpbehoevendheid van het kind kan zoowel tot zelfopoffering als tot plichtverzaking leiden en de afhankelijkheid van den ondergeschikte voert nu eens tot welwillende bescherming, dan weer tot pijnigende onderdrukking.

Vele zijn de banden, die ons aan elkander binden, en groot zijn de invloeden, die wij op elkander uitoefenen. Vanaf onze geboorte zijn wij geplaatst in uiterlijke verhoudingen van minderheid en meerderheid. Maar hoe zullen deze blijvend zijn, zoo zij niet geschraagd worden door een hechten geestelijken onderbouw van welwillendheid, hulpbetoon en eerbiediging? De meerderheidserkenning, wil zij duurzaam wezen, moet geen van buiten opgelegden dwang zijn, maar uit innerlijken aandrang geboren. Het is soms een pover beetje wat er van ons overblijft, zoodra wij ambstgewaad of statiekleed hebben uitgetrokken.

Onze wederzijdsche verhoudingen worden,

Sluiten