Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GOED EN KWAAD.

wordt ons steeds duidelijker en wij leeren enkele dingen, die ons vroeger zeer begeerlijk toeschenen, anders beoordeelen in het nieuwe licht, dat voor ons is opgegaan. Daarin toch erkennen wij onze omgeving steeds duidelijker en het besef van wederzijdsche afhankelijkheid schiet dieper wortel. Wij kunnen niet leven, alsof wij alleen stonden op de wereld. De hechte en sterke banden van huisgezin en maatschappij binden ons aan elkander en met het welzijn van de samenleving is dat van onzen persoon ten nauwste verbonden.

Wie zou den invloed der levensomstandigheden op onze persoonlijke ontwikkeling willen ontkennen? Wij behoeven waarlijk niet tot de barbaren en onbeschaafde volkeren te gaan om voorbeelden daarvan te vinden: in onze onmiddellijke omgeving hebben wij ze voor 't grijpen. Dagelijks worden in de sloppen en stegen van onze groote steden kinderen geboren, die als voorbestemd schijnen om van het leven niet anders dan de schaduwzijde te zien. Het is als staat hun levenslot reeds op hun gezichtjes te lezen: dat terugwijkend voorhoofd met de laag ingeplante haren, die diep liggende, dwalende oogen, die stompe, vleezige neus, die breede mond

Sluiten