Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEESTELIJKE EVOLUTIE.

moeten wij de overtuiging in ons ronddragen, dat ons ook de middelen ter volmaking geschonken zijn. Anders toch zouden wij onzen wil nooit op de nadering van dat doel kunnen richten. Wij zouden de verwezenlijking een onmogelijkheid achten en het antwoord op de vraag: „Kan ik?" zou ontkennend moeten luiden. En het onmogelijke kunnen wij niet willen. Al zouden wij dus erkennen, dat de aanleg ter volmaaktheid in ons ligt opgesloten, wij zouden haar nooit als onze bestemming kunnen aanvaarden, zoo wij niet de overtuiging met ons omdroegen, dat de twee noodzakelijke voorwaarden om haar te vervullen: tijd en gelegenheid, ons geschonken zijn in overvloed.

Nu het spiritisme ons de wetenschappelijke zekerheid gegeven heeft van een zelfbewust, individueel voortleven na den stoffelijken dood, moet de mogelijkheid van onze onsterfelijkheid worden erkend. Bewezen kan zij niet worden, want het eindige kan het oneindige niet omvatten. Maar nu vaststaat, dat de eigenlijke mensch de catastrophe van het sterven overleeft, moet de onvernietigbaarheid van zijn geestelijke natuur als aannemelijk worden aanvaard. Aan tijd om aan onze

Sluiten