Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEESTELIJKE EVOLUTIE.

vaarwel, en wat dies meer zij. Er ligt zoo iets in van: zie zoo, die kunnen nu eens uitblazen van den arbeid, die zijn nu af van alle moeiten en beslommeringen, die genieten nu een onverstoorbaren, eeuwigen slaap. Hoe kan men toch zoo iets voorstellen als het meest begeerlijke voor arbeidzame naturen als deze? Hoe durft men hun nagedachtenis besmetten met de veronderstelling, alsof hun werk hen naar rust deed verlangen, zij, die het werk zoo liefhadden? Rust in vrede! Vrede met een rust, die volkomen tegen hun aard moet indruischen! Het is de ergste straf, dien men voor een werkzaam man bedenken kan, hem tot nietsdoen te doemen. Wanneer zal toch de tijd komen, dat de zinledige frazen, waarmede de lijkredenaars het treurende hart denken te troosten, worden vervangen door een blijmoedig getuigenis voor de waarheid van een eeuwig leven? Wanneer zal men daar openlijk hooren getuigen, dat tegenover het scheiden van de op aarde achtergeblevenen staat: een wederzien van de gelieven, die ons zijn voorgegaan ? Wanneer zal men de onsterfelijkheid van een groot man niet meer zoeken in een voortleven van zijn daden in onze herinne-

Sluiten