Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanhangsel.

1871 (bl. 397). Onafhankelijk van dezen beschreef de heer A. J. Riko het geval in de Januari-afl. van de „Psychische Studiën" van j 881. Dat beide verhalen, behoudens enkele verschillen in tijdsopgaven en namen, in hoofdzaak geheel met elkander overeenstemmen, is een bewijs te meer voor de waarheid van het gebeurde. Een verslag van het voorgevallene werd door den heer van Kessinger ingediend aan den toenmaligen Gouverneur-Generaal ad interim J. C. Baud, doch is sedert uit de archieven verdwenen, daar blijkens aanteekening in het register, de stukken door den heer Baud naar Nederland medegenomen zijn. Het verslag luidde als volgt:

Aan Zijne Excellentie den Gouverneur-Generaal (ad interim) van Nederlandsch-lndië.

Den 4,n Februari, 1831, op den eersten dag der Javaansche maand Pocassa van een inspectie huiswaarts keerend, bemerkte ik op eenigen afstand van mijn huis, dat het door een groote massa lieden omringd was. Niet wetend wat dat beteekenen moest, vertelde mij mijne vrouw, toen ik thuisgekomen was, dat in de binnenkamer en op de galerij steenen vielen,

Sluiten