Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

EEN ONGELUKKIG SCHOT.

„Wat beteekent al dat geraas?"

Mijnheer Strong, een der onderwijzers op de Koningsschool te Chedbury, had zijn vierde klasse, toen de jongens druk aan hun schriftelijk werk bezig waren, even alleen gelaten. Bij zijn terugkomst hoorde hij reeds van verre, dat het er rumoerig toeging; er werd hard gepraat en gelachenen twee stemmen, die boven al het leven uitklonken, riepen elkander allesbehalve mooie complimentjes toe.

Toen hij de deur opende, was de orde als met een tooverslag hersteld en de stilte werd alleen afgebroken door het gekras van twintig pennen in even zooveel schriften.

„Wat beteekent al dat geraas?" herhaalde mijnheer Strong, op wien dit vertoon van vlijt niet den minsten indruk maakte.

„Van wien is dat?" voegde hij erbij, wijzende op een inktpot op den grond, die zijn spoor, waar hij over de planken had gerold, in kleine straaltjes en plasjes had achtergelaten.

Sluiten