Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Brak er een ruit door jullie spel? Dat begrijp ik niet. Wat deden jullie dan Bassett?"

„Dat heb ik je al gezegd; wij waren aan het dammen, maar ik had een paar dammen meer behaald dan Reid, en toen zei hij, dat ik valsch speelde; wij vlogen elkaar aan en begonnen elkander met de schijven te gooien."

„Daar heb je het weer! Je komt altijd in onaangenaamheden en sleept er anderen ook in."

„Ik zal nu een nieuw blaadje beginnen," zeide „het Juweel" op plechtigen toon, na een kleine pauze. „Zie je die catapult? ik weet, dat ik er straf mee zal oploopen, voor ik ze kwijt ben. Ik heb grooten lust ze in de kachel te gooien."

„Dat moet je niet doen," zeide Willis, die, dat moet nog gezegd worden, een dagscholier was. „Het elastiek zal verschrikkelijk gaan stinken. Als je ze niet langer wilt hebben, geef ze dan liever aan mij."

„Wat geef je ervoor?"vroeg„hetJuweel", inhalig wordende, toen de lust om te ruilen, die bij iederen jongen gevonden wordt, met zijn braaf besluit in botsing kwam.

„Ik dacht, dat je een nieuw blaadje zoudt beginnen?"

„Dat zal ik ook, maar daarom hoef ik jou die catapult niet voor niemendal te geven."

„Je krijgt er een heel mooien cyclometer voor. Ik geloof dat hij achter in mijn lessenaar ligt."

„Dat doe je toch niet. Ik ken hem wel, je hebt vroeger al eens geprobeerd hem voor wat anders in te ruilen."

„Weet je wat ik dan doen zal?" vroeg Willis volstrekt niet afgeschrikt door deze botte weigering, „Woensdag is Con jarig, en moeder heeft een taart en allerlei lekkers bij de thee besteld. Nu zal ik je vragen en dan geef jij mij de catapult.

Sluiten