Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moeder zal een briefje schrijven aan den directeur, dan krijg je een vrijen avond, en hoef je misschien geen huiswerk te maken."

„Wie is Con?" vroeg „het Juweel".

„O, onze jongste."

„Hoe heet hij voluit? Coenraad, of Constantijn, of Constantinopel?"

„Houd mij niet voor den gek. Geef je mij de catapult, als je bij ons op de thee mag komen ?"

„Is er dan een taart met fijne witte suiker bestrooid en allerlei figuren versierd?" vroeg Basset.

„Ja."

„Welnu, ik zal je je zin geven, maar onthoud, dat je moeder een briefje aan den directeur schrijft. Hier is de catapult — of, wacht even — na Woensdag kan je ze krijgen."

Na eenig heen-en-weer-praten werd de catapult nu toch gegeven, en, daar de jongens merkten, dat zij met hun sommen ten achteren waren, begonnen zij weer hard te werken, tot mijnheer Strong binnenkwam en hen liet gaan.

Edgar Willis woonde op een plaatsje „Five Oaks" genaamd, op eenigen afstand van Chedbury. Het was weinig meer dan een onbeduidend, ouderwetsch landelijk dorpje met een grasperk en eendenkom in het midden en een oude herberg met een uithangbord, dat als het hard woei, heen en weer zwaaide en een piepend geluid maakte. Het plaatsje had zich in deze richting niet bijzonder uitgebreid, ofschoon de trams er ieder half uur langs reden en Edgar met zijn jonger broertje gemakkelijk als dagscholieren de Koningsschool konden bereiken. De lucht in den omtrek was hoog en versterkend en werd in enkele gevallen nog beter geacht voor patiënten, dan een verblijf aan zee, eenige twintig mijlen verder.

Sluiten