Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden nieuwe avonturen vol verrassingen en de kinderen vonden die sprookjes dan nog mooier dan al de vorige.

Plotseling bekroop Edgar de lust het witte hek open te duwen en op zijn teenen de begrinde oprijlaan in te loopen. Het was heel donker; niemand kon hem bij mogelijkheid zien, en, al werd hij betrapt, en tot een haastigen aftocht genoodzaakt, dan kende hij ieder afzonderlijk boschje en laantje en kon wel een dozijn uitwegen vinden om weer op den weg te komen.

Hij was nu genaderd bij een peervormig grasperk met een bloembed in het midden. Langs den rand waren stamrozen geplant. Hij sloop voorzichtig over het zachte, vochtige gras en bleef daar staan.

Het was een zeer stille avond; geen geluid trof zijn oor en door het raam kon hij duidelijk een man onderscheiden, die aan een tafel zat, waarop een brandende lamp stond met een kap. De oude boekenkasten, die van den grond tot den zolder reikten, waren verdwenen en de muren waren thans met hemelschblauw papier behangen. Zooals wij weten, was hij toch al uit zijn humeur, maar thans welde er een gevoel van hevige wraak bij hem op en zijn gezicht gloeide van toorn.

„Leelijkerd!" fluisterde hij „Welk recht heeft hij om in ons huis te wonen en daar in vaders bibliotheek te zitten? Ik zou wel lust hebben om zijn raam voor zijn neus kapot te gooien, die afzetter!"

Zonder even na te denken over de mogelijke gevolgen van zijn daad en wetende, dat hij in de duisternis alle kans had om te ontsnappen, legde de jongen zijn boeken, die door een riem stevig bijeengebonden waren, op den grond en haalde de catapult van „het Juweel" uit zijn zak. Juist zou hij in het bloemperk, daar dichtbij, een steentje gaan zoeken toen hij

Sluiten