Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleur verschoot. Als die heeren dien verraderlijken blos eens opmerkten en hem verdachten! Hij trok een van zijn schoolboeken uit zijn pakje en deed of hij er zich vol aandacht in ging verdiepen, de woorden dansten echter voor zijn oogen en hij had niet het flauwste begrip van hetgeen hij las.

„Is er veel schade aangericht?" vroeg de heer links. „Is er

iemand gewond?"

„Een jongmensch heeft leelijke brandwonden aan zijn hand gekregen, geloof ik," was het antwoord. „Ik geloof, dat het de gouverneur is van een zoon van den tegenwoordigen eigenaar van Foxbank. Hij had zooveel tegenwoordigheid van geest om de brandende olie met een paar kleedjes te smoren; als hij niet zoo flink was opgetreden zou de heele plaats misschien tot den grond zijn afgebrand.

„Er zullen toch wel stappen gedaan worden, om den schuldige op te sporen?" was de volgende vraag.

„Ik denk, dat hij het bij de politie aangegeven heeft, maar ik betwijfel het, of de deugniet ontdekt zal worden. Als de jongen — want ik verbeeld mij, dat niemand anders dan een jongen zoo'n dwazen streek kan hebben uitgehaald — het misschien aan een paar vrienden vertelde zou het op deze wijze kunnen uitkomen. Maar waarschijnlijk zal hij wel zoo verstandig zijn om dat niet te doen. Bijzonder vreemd is het, dat hoewel men overal in de kamer heeft gezocht, het steentje, dat het onheil heeft aangericht, niet gevonden is".

Er werd nu over wat anders gesproken, maar alleen het woord „politie" deed Edgar onaangenaam aan; hij kreeg een gevoel, of er een straal koud water langs zijn rug liep — en in den loop van den dag had hij die gewaarwording telkens weer. Onder schooltijd keek mijnheer Strong hem meer dan

Sluiten