Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoonheid maakte, ofschoon haar bruine oogen groot en glinsterend waren en lange, donkere wimpers hadden. Zij droeg het haar strak achteruit gekamd en op het hoofd als een staartje bijeengebonden.

„Hoe vaar je?" vroeg zij, naderbij komende en hem de hand drukkende, zoo vrij en ongedwongen, dat de hand en de arm van den jongen heen en weer gingen als de slinger van een pomp. „Je bent zeker Basset?"

„Ja," antwoordde de gast eenigszins onder den indruk van haar manier van hand geven, als hij die vergeleek met de trage, onverschillige wijze, waarop de meisjes, die hij op partijtjes had ontmoet, dit gedaan hadden.

„Dat dacht ik wel," antwoordde zij. „Ik ben Con."

Bassett zette groote oogen op van verbazing. „U?" riep hij uit. „Maar ik dacht —

„Wat dacht je?" vroeg zij, toen de jongen midden in zijn zin ophield.

„Wel, ik dacht dat u — dat Con — een jongen was," verklaarde Bassett, met meer verlegenheid dan hij gewoonlijk aan den dag legde.

Het meisje lachte, en nu haar gezichtje van guitigheid straalde, had men het bijna mooi kunnen noemen.

„Ik kan ook niet denken, dat Edgar op school over zijn zuster zou praten."

„Hij zei, dat Con vandaag jarig was," antwoordde Basset, „en ik dacht niet anders, of het was een andere broer van hem. Ik — ik weet nu eigenlijk niet of ik wel had moeten komen, omdat u mij toch niet hebt uitgenoodigd."

„O, dat hindert niet," zeide zij. Alles wat ik heb, is ook voor de jongens — de verjaardagen meegerekend — dat is te

Sluiten