Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen, alles behalve mijn lessenaar; daar mogen zij niet aankomen."

Er volgde een oogenblik van stilte; toen, alsof hij plotseling een vernuftigen inval kreeg, zeide hij: „mag ik u dan wel feliciteeren ?"

„Dank je; ik houd mij aan hetzelfde compliment —ik bedoel als de tijd daar is."

Wederom een oogenblik, waarop geen van beiden een woord sprak, terwijl Con haar gast van het hoofd tot de voeten opnam met een eigenaardige uitdrukking in haar oogen. De waarheid was, dat de jongen er zoo keurig netjes in zijn Etonpakje uitzag, dat zij bijna niet gelooven kon, wat er van hem was verteld; n.1. dat hij al eenige malen den moed had gehad om van de Koningsschool weg te loopen. Op dit oogenblik had hij meer van de onberispelijke modelpoppen in de heerenkleedermagazijnen.

„Waarom noemen zij je „het Juweel?" vroeg zij op eens.

„Omdat," antwoordde de jongen met een blik, die bijna aandoenlijk was, „ik Athelstan heet en een jongen eens in een boek de beteekenis van dien naam heeft opgezocht en daarvoor „Edel Juweel" gevonden heeft."

Een aardig kuiltje vertoonde zich even in Cons wangen.

„Je kunt het niet helpen dat zij je zoo genoemd hebben," antwoordde zij geruststellend. „Mijn echte naam is Constance, en ik vind hem niets mooi."

Het kwam jongeheer Bassett in de gedachte om te zeggen, dat hij dien naam juist heel mooi vond, maar voor hij het hieromtrent met zich zelf eens was, bracht Con hem weer in verlegenheid met te zeggen: „ik dacht dat zij je misschien „het Juweel" genoemd hadden, omdat je er zoo netjes uitziet."

Sluiten