Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En zij geeft uit ook," voegde Bob er bij, die, voor een jongen, een ongewoon zware stem had.

„Och, hou je mond," zeide Con, die een kleur kreeg en haar best deed die te verbergen door een grooten hap van een pasteitje te nemen, waardoor haar verlegenheid echter toenam.

„Is het werkelijk waar?" vroeg „het Juweel" belangstellend.

Con wilde ontkennen, maar daar zij met een vollen mond niet spreken kon, moest zij zich vergenoegen met hevig haar hoofd te schudden, waardoor het korte vlechtje op haar achterhoofd, als een hondestaartje heen en weer ging.

„Ja, zeker," riep Edgar. „Zij geeft een tijdschrift uit, en schrijft verhaaltjes."

„Hou jij je mond maar," zeide Basset. „Je schrijft zelf verhaaltjes, want een poos geleden, hoorde ik een stukje over Blue Whiskers, den rooverhoofdman."

Con, die nog niet spreken kon, maakte een vreemd krakend keelgeluid, dat trots en spot tegelijk te kennen moest geven en sloeg met haar vuist op de tafel. Gewoonlijk moest zij haar eigen moeilijkheden alleen uitvechten en had in den regel geen kampioen, die den handschoen voor haar opnam. Edgar werd rood; hij wilde wat zeggen, maar kon niet uit zijn woorden komen; — duidelijke kenteekenen van groote verlegenheid; hij vreesde namelijk, dat zijn vriend zou gaan vertellen onder welke omstandigheden het kleine gedeelte was voorgelezen.

„Ik zie niet in, dat men zich zou moeten schamen om een klein familie-tijdschrift te hebben," zeide mevrouw Willis. „Je moest je-je gast het laatste nummer eens laten zien. Ik ben heelemaal vergeten hoe je nog anders iieet, dan Bassett," voegde zij er bij, „het Juweel" glimlachend aanziende.

„Athelstan," riepen Con, Edgar en Bob als uit één mond.

Sluiten