Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat zou je doen, als er menschen in een huis woonden, die je er graag uit zou jagen?" vroeg „het Juweel", nog geheel vervuld van het „vragen en antwoorden-spel". „Mij dunkt," voegde hij er peinzend bij, „dat jullie een goed, oud spook moesten hebben."

„Een wat?" riep Con, terwijl zij haar hoofd omdraaide en het varkensstaartje op en neer ging.

„Je hebt een goed oud spook noodig," herhaalde Bassett, „waarmee je kondt afspreken om 's nachts in huis of in den tuin te komen rondsluipen en spoken en zoodoende iedereen weg te jagen, die er in zou willen wonen, totdat de eigenaar blij zou zijn het aan jullie voor een bagatel af te staan. Daarna zou je het met het spook eens moeten worden, dat het wegbleef en er verder zelf rustig kunnen wonen."

Het voorstel scheen romantisch, maar niet zeer uitvoerbaar.

„Hm!" prevelde Con. „Dat klinkt wel aardig, maar waar zouden wij een spook vandaan moeten halen?"

„Het zou een leuke mop zijn," zeide „het Juweel" peinzend, terwijl hij zijn zakdoek over zijn knieën spreidde en een kastanje begon te pellen.

„Ik zou het karreweitje zelf wel op mij willen nemen en voor spook spelen, maar het kan niet, want ik ben op een kostschool en woon veel te ver."

„Wat zou je dan doen?" vroeg Bob.

„Wel," ging „het Juweel" voort, met horten en stooten sprekende, daar hij telkens zijn vingers aan de heete kastanje brandde, „geheimzinnige geluiden — au!—steunen en kloppen — een witte gedaante, die door het kreupelhout sluipt een heel aardig tijdverdrijf — aau — au!"

„O," riep Con, dadelijk het verrukkelijke van zulk een

Sluiten