Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halverwege den rit naar Five Oaks.zijn buurman hem aansprak.

„Je gaat zeker op de Koningsschool, niet waar?"

De jongen keek op en herkende mijnheer Mender, met wien sedert hun kennismaking, hij tweemaal een groet gewisseld had, naar aanleiding van den brief, dien de vreemde heer hem verzocht had op Foxbank af te geven. Edgar antwoordde bevestigend en het gesprek liep vervolgens over een voetbalwedstrijd, dien de school onlangs tegen een naburige school had gespeeld. Zij bleven druk met elkander praten, tot zij uit de tram stapten, en toen zij het dorp hadden doorgeloopen en de heuvel begonnen te bestijgen, was alle terughouding geweken en waren zij de beste maatjes.

„Zeg, heb je niet op Foxbank gewoond!" vroeg de gouverneur. „Het is er wel gezond, maar het landgoed zelf is er bijzonder saai en ouderwetsch om er zijn heele leven te blijven wonen."

„Wij vinden het er heerlijk," antwoordde de knaap, eenigszinds geraakt over de geringschattende opmerking, betreffende vroegere woning.

„O, natuurlijk, jij bent er geboren en daarom ben jij er aan gehecht. Waarom ben je er eigenlijk vandaan gegaan?"

„Omdat vader stierf: ik geloof dat we toen niet te best meer konden rondkomen en moeder heeft het huis en alles wat er bij hoort, moeten verkoopen."

„Er gebeurt altijd iets akeligs, als je niet bij kas bent," merkte Mender op. „Als je ouder bent, zal je het ondervinden."

„Mijnheer Prescot is zeker heel rijk ?" waagde Edgar te vragen.

„Hij heeft ten minste vrij wat meer, dan ik ooit krijgen zal," antwoordde de gouverneur lachend.

Sluiten