Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben wij den steen nog niet kunnen vinden, die het onheil heeft aangericht."

„Het zal toch geen pistoolschot geweest zijn? Een kogel had den metalen voet van de lamp wel kunnen raken en in kleine stukjes breken."

„Neen mijnheer, want ik zou dan, dunkt mij, het afgaan gehoord en het flikkeren gezien hebben. Ik heb sedert dien tijd al gedacht of het niet een steentje kan geweest zijn, die door den een of anderen kwajongen uit een catapult op het raam geschoten is. In dat geval is het misschien in den haard terecht gekomen en later met de asch weggegooid."

„Het was een lafhartigen streek," zeide mijnheer Prescott kwaad, die veel ernstiger gevolgen zou kunnen gehad hebben. Ik herinner mij, dat je de zaak bij de politie hebt aangegeven, maar die heeft hier niet veel te beteekenen. Ik wou dat ik den deugniet eens te pakken kon krijgen. Als ik eens een belooning uitloofde! Een bankbiljet van tien Pond Sterling zou misschien de tong van den een of ander wel losmaken. Maar nu moet ik aan het werk, wil ik een beetje bijtijds naar bed kunnen gaan."

Mender ging naar de eetkamer terug, nam een courant op en trok een leuningstoel bij het vuur. Hubert zat aan de tafel te lezen met de handen onder zijn kin. Daar zijn gezicht alleen door het lamplicht werd beschenen, leek hij meer dan ooit op een meisje.

„Zeg," zeide zijn gouverneur op eens, „je vader denkt er over je naar school te sturen. Hoe zou je dat vinden?"

De jongen keek op, maar antwoordde niet dadelijk.

„In sommige opzichten zou ik het prettig vinden," zeide hij eindelijk, „maar ik geloof niet dat de jongens aardig tegen

Sluiten