Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeg hij. „Dan zou ik je willen verzoeken bij mij te komen en een paar brieven voor mij te schrijven. Ik zie bijna geen kans mijn werk klaar te krijgen, als ik geen hulp heb."

De gouverneur stond dadelijk bereidwillig op en ging met zijn patroon naar de bibliotheek, waar hij tot elf uur ijverig doorwerkte.

„Meer zullen wij vanavond niet hoeven te doen, denk ik," zeide mijnheer Prescot, terwijl hij zijn papieren rangschikte. „Hier is een shilling voor de postzegels, als je zoo goed wilt zijn er voor te zorgen, dat de brieven morgen vroeg op de post gedaan worden. Goedennacht. |e zult de lamp wel uitdraaien, hè?"

„Goedennacht, mijnheer."

De jonge man bleef nog even naar de wegstervende voetstappen luisteren; toen stak hij, in plaats van naar bed te gaan een sigarette op, trok zijn stoel bij den haard, en, voorover buigende, warmde hij zijn handen aan de smeulende kolen.

„Monster!" mompelde hij. „Hij is altijd klaar mij een uur extra werk op te geven voor niemandal. Als hij nu nog eens een sovereign voor de zegels neergelegd en gezegd had, dat ik de rest voor sigaren kon houden. Ik heb een hekel aan hem en zijn zoon er bij. Het zal mij benieuwen, of hij dien sukkel op school zal doen. Als ik denk, dat hij met één pennenstreek onder aan een chèque, mij weer op de been zou kunnen helpen en het geld evenmin missen zou als ik, wanneer ik een bedelaar een stuiver toewierp 1"

De gouverneur tikte de asch van zijn sigarette en bleef een poos in de ledige ruimte staren.

„Als ik het geld in handen had," begon hij, langzaam een nieuwe gedachtengang volgend, „zou ik haast geneigd zijn te zeggen: ik waag het, hoewel ik nu nog niet precies inzie, waar ik

Sluiten