Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI.

EEN SPOOKGESCHIEDENIS.

Met de haar eigen sympathie, die mevrouw Willis steeds gevoelde voor de kleine beproevingen der jeugd, was zij dadelijk op Edgars voorstel ingegaan om zijn vriendje een gedeelte van de vacantie bij hen te laten doorbrengen. Zij had daarop aan mevrouw Bassett geschreven en een toestemmend antwoord ontvangen, zoodat, voor het vertrek der ouders van „het Juweel", de uitnoodiging was aangenomen en al de noodige toebereidselen voor het bezoek waren gemaakt.

Het Kerstfeest was reeds voorbij en het was nu de 29ste December. De opgewonden pret, die de komst van „het Juweel" op den 27sten voorafging, had zich eenigszins getemperd. Met zijn gewone gemakkelijkheid om zich in iedere nieuwe omgeving te schikken, voelde hij zich reeds geheel thuis, — een omstandigheid, die ten duidelijkste blijkt uit het feit, dat op het oogenblik, waarop dit hoofdstuk begint, Con bezig was met hem uit al haar macht in zijn rug te stompen, zonder hem naar het scheen eenigszins pijn te doen.

Sluiten