Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Laat dat," zeide het Juweel. „Het kriebelt."

Het meisje antwoordde met een nog harder stomp, maar nep: „au!" en begon haar eigen vuist te koesteren. Zij en de drie jongens zaten om het vuur in de speelkamer een charade te bespreken, die zij op Oudejaarsavond moesten opvoeren.

„Luister je? Je moet eens denken!" zeide Con gebiedend. „Je moet een woord van drie lettergrepen verzinnen."

„Ik denk,' antwoordde de logé, die een gezicht sneed op de schil van een sinaasappel. „Ik heb er een — Ohio."

„Wat?" riepen de anderen.

„Ohio," antwoordde „het Juweel". „Dat is een rivier in Amerika. Het woord zou prachtig voldoen. In het eerste bedrijf zou er iemand moeten roepen „O!" In het tweede moet er een „hi! hi! hi!" lachen, en in het derde kan je weer „O!" roepen. Als je dan het heele woord zoudt willen herhalen, kunnen wij met ons allen zingen: „zoo varen wij, zoo varen wij, al op de Ohio!"

„Nu hoor," riep Con verbaasd over den vernuftigen inval, „het is geen wonder, dat je familie je voor een kostbaar edelgesteente houdt en je Athelstan heeft genoemd."

„Ik zie er de noodzakelijkheid niet van in om er over te denken, voor de tijd daar is om te beginnen," bracht Edgar in het midden. „Charades gaan altijd het best, als men ze even voor men gaat spelen, afspreekt en niet een heele poos van te voren voorbereidt. Als je b.v. hebben wilt, dat ik een roover voorstel of iets van dien aard, geef je mij eenvoudig een gebrande kurk en een wollen deken en je noemt mij het woord, dat je er in gebracht wilt hebben en klaar is Kees."

„Geef mij een neteldoeksch gordijn en een koperen pook en ik ben de prachtigste toovergodin met een staf," mompelde „het Juweel".

5

Sluiten