Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een ander tuinhuisje was, want dan zou ik het verkeerde kunnen gekozen hebben."

„Neen, dit is het," was het antwoord. „Laten wij naar binnen gaan en zoo vlug mogelijk onze zaak afdoen. De jongen zal anders niet weten, waar ik blijf."

„Ik kan de deur niet open krijgen; zij schijnt te klemmen."

Nog eens werd de deur geprobeerd en geschud en Con had een gevoel, of haar heele lichaam schokte door het kloppen van haar hart.

„Hm!" mompelde de laatst aangekomene. „Ik denk, dat er een steentje onder is geraakt of anders is het hout door de vochtigheid gezwollen. Enfin, wij kunnen blijven, waar wij zijn."

Met ooren, nog gescherpt door de spanning van het oogenblik, herkende Edgar duidelijk de stemmen van de sprekers. De man met de sigaar was dezelfde vreemdeling, die hem het briefje voor mijnheer Mender had gegeven en de laatst aangekomene was de gouverneur zelf. Er was een hoekje uit een der kleine gekleurde ruitjes gebroken en door die opening was ieder woord duidelijk verstaanbaar.

„Om maar in eens met de zaken te beginnen," begon de eerste. U hebt mijn brief ontvangen, maar ik vond het beter om een mandeling onderhoud met u te hebben. Er mag niets in den weg komen, en vanavond hebt u mij een half uur laten wachten. Dat moet niet meer gebeuren, want al mijn plannen zouden daardoor in duigen kunnen vallen."

„Het was mijn schuld niet," antwoordde de gouverneur. „Juffrouw Beal, de huishoudster, sprak mij aan in de hal, toen ik uitging, en wilde mij een lang verhaal opdisschen over een quaestie, die zij met den slager gehad had."

De andere man maakte een ongeduldige beweging met zijn

Sluiten