Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand, als wilde hij die verontschuldiging niet aannemen. „U moet op uw tijd passen, daar komt alles op aan," zeide hij vrij scherp. „U vischt wel eens, niet waar?"

„Ja, en dezen herfst ben ik tweemaal snoek gaan visschen."

„Uitstekend — het kan niet missen! Je weet dus hoe de stroom loopt boven en beneden Witling Bridge?"

„Ja," antwoordde Mender langzaam, „maar, hoor eens, ik geloof dat er wat aan uw plan hapert. Er is iets, waarop u niet gerekend hebt."

Hij zweeg even, boog zich toen naar zijn metgezel en fluisterde hem iets in het oor.

„Maar kerel," antwoorde de andere eenigszins ongeduldig, je maakt zoo'n drukte, of ik je gevraagd had mij te helpen om een moord te doen."

„Dat kan wel, maar er valt niet mee te gekscheren," hield de jonge man vol.

„Ja, dat is zoo, maar dat doet hier niets ter zake. Ik heb van verscheiden gevallen gehoord, waar het nooit gevonden is."

„Maar niet in een rivier."

„Zeker, in een rivier."

Mender wilde nog een opmerking maken, toen hij zich in de verte hoorde roepen.

„Och, dat is die jongen, laat hij naar den drommel loopen!" mompelde hij. „Hij mag niet vermoeden, dat er iemand bij mij is. Ga liever terug en den weg op, dan kom ik over een poos voor aan het hek."

De twee mannen gingen van elkander. De kinderen hoorden den gouverneur in de richting van het huis loopen, terwijl zijn metgezel tusschen de dicht bij zijnde boschjes verdween.

„Komt gauw mee," fluisterde Edgar, den gebroken beitel

Sluiten