Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII.

„HET NOODLOT VAN DEN ZEEROOVER."

Den volgenden morgen werden de jongelui aan het ontbijt door mevrouw Willis verrast met een zeer onverwacht nieuws.

„Ik zal zoo vrij zijn vanavond het gehoor van de op te voeren charade met één persoon te vermeerderen," zeide zij.

„U wilt toch niet zeggen, dat er een vreemde komt luisteren?" vroeg Con, die niet gedacht had, dat er iemand anders bij de voorstelling tegenwoordig zou zijn dan haar moeder en de twee dienstmeisjes.

„Begin nu niet met bezwaren te opperen, voordatje gehoord hebt, wat ik zeggen wil," was het antwoord. „Toen ik gistermorgen in de tram van de stad terugkwam, raakte ik in gesprek met mijnheer Mender, den gouverneur op Foxbank, dien ik eens bij den advocaat heb ontmoet, toen ik over zaken betreffende het huis kwam spreken. Wij hadden het over den jongen, en het schijnt, dat mijnheer Prescot er over denkt hem naar school te sturen. Hij heeft het thuis erg eenzaam en zijn vader gelooft, dat dit een slechten invloed uitoefent op zijn gezondheid

Sluiten