Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevonden hebben om evenals die kleine jongen zonder vriendjes het Kerstfeest te vieren. Het is toch waarlijk niet veel, dat ik van je verg, n.1. om een paar uurtjes beleefd en vriendelijk tegen hem te zijn."

Er heerschte een onheilspellende stilte; maar mevrouw Willis wist, dat zij ten minste een van hen op haar hand zou krijgen, n.1. „het Juweel", die een oogenblikte voren op handen en voeten onder de tafel was gekropen om een voetkussens voor haar te zoeken.

„Athelstan, jij wilt mij wel helpen om den jongen bezig te houden?"

„Ja, mevrouw," antwoordde „het Juweel" gedwee, waarop hij Edgar en Bob met een dwaas gezicht aankeek, dat beiden deed lachen en weer in een goed humeur bracht.

Juffertje Con was echter niet zoo spoedig tot andere gedachten te brengen. Ofschoon in den regel de goedhartigheid in persoon, had zij een beslist eigen wil; en, als zij bij enkele gelegenheden, zooals haar broers het noemden „de bokkepruik ophad", was het lang niet gemakkelijk, haar booze bui te verdrijven en haar tot rede te brengen. Zij gebruikte haar ontbijt zonder een enkel woord te spreken en zou na afloop daarvan met haar broers de kamer uitgaan, toen haar moeder haar terugriep.

„Lieve Con, bederf den dag nu niet door een boos humeur, alleen omdat ik je vraag mede te werken in een klein bewijs van vriendschap."

„Maar moeder, ik begrijp ook niet, waarom u hen juist op dezen avond moest vragen, nu wij onze charade zullen opvoeren. Het zal de heele pret bederven. Ik kan dien jongen niet uitstaan."

Sluiten