Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

personen:

Tom Hawser Een jonge matroos.

Kapitein Doodshoofd Een wreede zeeroover.

Pieter Pitch zijn eerste stuurman.

Malle Griet Een ondeugende heks.

Nemo, een onbekende Een schipbreukeling.

De geest van kapitein Hawser

Het publiek wordt beleefd verzocht het woord te raden.

Een gedempt gefluister, het geluid van een tafelschel, en daar werd het gordijn op zijde geschoven — het eerste tooneel was zichtbaar.

Op een vliering van Foxbank had Con verscheiden rollen oud behangselpapier gevonden met een zeer bladerrijk patroon en dit, gevoegd bij een paar bruine boomstammen, die Bob er met een grooten kwast op geschilderd had, vormde een zeer geschikten achtergrond voor elk tooneel in de open lucht; de strooken papier hingen over een touw en waren aan elkander vastgespeld. Op den voorgrond zag men het hol van de heks, vervaardigd door een kleerenschraag, die op haar kant was gezet om een schuin afloopend dak voor te stellen en behangen met donkere kleedjes; daar dicht bij stond het meesterstuk van de vindingrijkheid van „het Juweel," in de gedaante van een grooten ijzeren pot, die uitstekend bij het tooneeltje paste en gezellig verbeeldde te razen op een prachtig nagebootst vuur van rood vloeipapier, waarachter een fietslantaarn brandde.

Het gehoor had nauwelijks tijd gehad om deze bijzonderheden op te merken, of Bassett kwam op als Tom Hawser, gekleed in een blauwwollen blouse en stroohoed met breeden

Sluiten