Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofd had gemist. „Maar," zeide de kaptein vroolijk, „of men aan een geluk of een ongeluk, door een kleinigheid ontsnapt of er een heel eind van daan blijft, is eigenlijk hetzelfde;" bij deze woorden deed hij een stap achteruit, zijn voet kwam in aanraking met het binnenwerk van het hol, waardoor het plotseling wijder openging en toen plat neerviel als een valluik.

Een oogenblik heerschte er op het tooneel de grootste verwarring, waarin men een gedempte vrouwenstem hoorde zeggen: „kijk nou, ik heb je zóó gezegd voorzichtig te zijn 1" De twee roovers echter maakten het hol spoedig weer in orde, en Malle Griet scheen er niet erger aan toe om haar ongeval.

Toen de heks hem naar het doel van zijn bezoek vroeg, legde kapitein Doodshoofd uit, dat hij op het punt stond een gevaarlijke reis te ondernemen om een verborgen schatte zoeken, en nu gaarne een tooverdrank zou willen hebben om hem voor mogelijke gevaren te beschermen. Na verschillende teekenen en gebaren over den pot gemaakt te hebben, schepte Malle Griet er een lepelvol uit, schonk de vloeistof in een klein apothekersfleschje, en verzocht daarop den kapitein het uit te drinken te middernacht, bij volle maan, onder een naburige galg. Tegelijkertijd zong zij met een schelle stem het volgend rijmpje:

„Hij, die dit tooverdrankje drinkt,

Blijft zwemmen, als zijn vaartuig zinkt.

Voor schot en dolk blijft hij bewaard Bij al zijn reizen hier op aard.

Waar hij vertoev' — te water, te land,

Hij zal niet vallen door menschenhand."

„Hoeveel is het?" vroeg de kapitein, alsof hij met een koetsier afrekende. De heks antwoordde, dat zij dit aan de

Sluiten