Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er op den voorgrond geen paar bruin papieren rotsblokken en twee groote zeeschelpen, van den schoorsteenmantel in de ontbijtkamer, aangebracht waren, hetgeen aanduidde, dat het een gedeelte moest voorstellen van den oever van het verlaten eiland.

Om kort te gaan, (dank zij de tijdige waarschuwing van den geest), Tom Hawser was naar den wal gedreven en had kennis gemaakt met een bejaarden heer, die zijn hoed diep over zijn oogen had getrokken, een kapmantel had omgeslagen, een valschen baard droeg en de eenig overgeblevene was van een schipbreuk, die in het grijs verleden op die plek had plaats gehad. Hij had wel honderd jaar, naar hij zeide, op het eiland gewoond en was zelfs zijn eigen naam vergeten. Den schat had hij echter ontdekt; maar, toen hij Toms geschiedenis hoorde, beloofde hij hem, als den rechtmatigen eigenaar, de ju weelen ter hand te stellen. Er werd afgesproken dat zij elkander een uur na zonsondergang hier op dezelfde plaats zouden ontmoeten. Ongelukkigerwijze luisterden Doodshoofd en Pitch dit gesprek achter een rotsblok af. Zij waren vast besloten de juweelen zelf in handen te krijgen en, toen de oude heer heengegaan was, vielen zij Hawser verraderlijk aan, die, na zich wanhopig verdedigd te hebben, door den kapitein met de kolf van zijn geweer werd neergeveld.

Het laatste tooneel was hetzelfde als het derde, met dit verschil, dat het licht minder helder brandde, want het moest nacht verbeelden. De schipbreukeling zonder naam kwam op, om zijn afspraak met Hawser te houden en droeg een voorwerp, dat bij de flauwe verlichting gemakkelijk voor een fraai bewerkt, blikken presenteer-trommeltje gehouden had kunnen worden. Doch de roovers, die wisten wat er in was, vielen den

Sluiten