Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

CONS BEKENTENIS.

„Zeg," fluisterde Edgar, „ik ben benieuwd wat zij wel zouden zeggen, als zij eens wisten, wat wij in het schild voerden, toen wij den laatsten keer hier kwamen."

Het jonge volkje van Lindenhof liep in de oprijlaan van Foxbank om daar met Hubert Prescott en zijn gouverneur den avond door te brengen. De gesloten vriendschap was nog versterkt door een gezamenlijk schaatstochtje. Mijnheer Prescott had een en ander met genoegen van zijn zoon vernomen, en mijnheer Mender geschreven, dat hij den omgang zooveel mogelijk moest aanmoedigen.

„Hoe vreemd om te schellen en te moeten wachten, tot er opengedaan wordt," zeide Con zuchtend, toen zij een oogenblik later in de portiek stonden. Het leek nog vreemder om naar binnen te gaan en alles veranderd te vinden — hetzelfde huis en toch niet hetzelfde! Con wenschte bijna dat zij niet gekomen was en werd nog zenuwachtiger, toen het dienstmeisje haar naar boven leidde om haar goed af te doen in de

Sluiten