Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er werden nog verscheiden spelletjes gedaan, toen mijnheer Mender eindelijk zeide, dat het tijd was om het vuurwerk af te steken.

„Komaan, jongens," zeide hij, „haalt jullie petten en helpt mij de doos in de portiek zetten; daar zal een verdwaalde vonk geen kwaad doen."

„Hè, mag ik ook mee?" vroeg Con, die er, evenals haar broeders, zeer op gesteld was voetzoekers en zwermpotten af te steken.

„Zeker, als je je hoed opzet en een doek omslaat," antwoordde de gouverneur. „Jij moest liever binnen blijven, Hubert," voegde hij er bij, „en door het raam naar het vuurwerk kijken; het is buiten te koud voor je. Vraag of juffrouw Beal wat bij je komt zitten, als je het naar vindt alleen te zijn."

Con zag welk een groote teleurstelling zich op Huberts gelaat afteekende, en nam plotseling een besluit.

„Ik zal ook maar binnen blijven," zeide zij. „Ik heb dunne schoentjes aan en het is te veel moeite om mijn laarzen aan te trekken, die boven op de slaapkamer zijn."

„O, die kan de meid wel even halen," zeide Hubert dadelijk. „Blijf nu niet binnen, als je liever naar buiten wilt."

„Neen, ik blijf liever hier, werkelijk," zeide Con.

„Je zoudt ze met geen stok meekrijgen, als zij zoo praat," zeide Edgar, half en half verwonderd wat voor een gril zijn zuster bezielde, daar zij in den regel, als er van een nieuw spel sprake was, vroolijk meesprong over omgeploegde akkers, of zij dunne schoenen aanhad of niet.

„Ik ben er zeker van, dat je liever buiten was," zeide Hubert een poosje later, bij een pauze in het vuurwerk, terwijl zij in de donker gemaakte kamer zaten.

Sluiten