Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX.

Toenemende vriendschap.

Toen Edgar den volgenden morgen opstond en zich haastig aankleedde, was hij niet op zijn gemak. Nu de opwinding, veroorzaakt door het vuurwerk en de andere vermaken, voorbij was, scheen hij zich, met betrekking tot hetgeen er den vorigen avond had plaats gehad, alleen te herinneren, dat zijn ondeugende streek ontdekt was. Mijnheer Mender was niet onvriendelijk geweest, dat moest hij toegeven, en hij had beloofd het aan niemand te vertellen; maar er was iets in het onderhoud, dat hij met hem in de bibliotheek gehad had, dat hem niet beviel.

Zijn oordeel was misschien door de vele moeilijkheden, waaruit hij zich op school herhaaldelijk moest redden, verscherpt; en het feit, dat de gouverneur den knikker uit het solitaire-spel gehouden had in plaats van hem terug te geven, wekte een flauw vermoeden bij hem op, dat dit bewijs voor zijn schuld met een bepaald doel achterwege werd gehouden

Sluiten