Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij iets later den jongen bij een kromming in de oprijlaan zag verdwijnen, veranderde de uitdrukking van zijn gezicht en fronste hij zijn wenkbrauwen.

„Die knaap wordt me een beetje te scherpzinnig," mompelde hij, „ik moet hem in het oog houden. Ik geloof, dat het goed zal zijn, als ik mijn best doe hem nader te leeren kennen."

Toen Edgar op Lindenhof terugkwam, begreep hij uit het verschrikkelijke leven, dat hij boven zijn hoofd hoorde, waardoor de ballonnetjes van het gaslicht rinkelden, dat er het een of ander sportspel aan den gang was in de speelkamer. Het sprak vanzelf, dat Hubert Prescot ingewijd moest worden in het verrukkelijke voetbalspel; hij speelde met Bob tegen „het Juweel". Zij gebruikten een ouden tennisbal en twee stoelen voor het eene en de open deur voor het andere doel. In een hoek van de kamer, zoo ver mogelijk van de spelers, zat Con; zij hield haar met inkt bevlekte vingers voor de ooren en trachtte tevergeefs haar aandacht bij haar letterkundig werk te bepalen.

„Blijf niet in het midden vlak voor het doel staan!" gilde Bob.

Allen stoven door elkaar. „In den hoek!" gilde Bassett, toen een van hen met zijn voet in een vouw van het kleed bleef steken, en zij alle drie op de ongelukkige schrijfster terechtkwamen.

Con had nog de tegenwoordigheid van geest, den inktkoker te grijpen, toen haar tafel met een slag omviel, en op het volgend oogenblik, lag „het Juweel" op haar schoot met zijn armen om haar hals. Bob en Hubert rolden over elkander op den grond, naast haar.

„Het spijt mij," zeide „het Juweel" kortaf, de gewone

Sluiten